We zijn tot elkaar veroordeeld. En dat is goed!
29-03-2016
Huib
Het was een nederzetting in het Noordoosten van de ex-Spaanse Sahara. Bewoond door Saharouis, beschermd door de Algerijnen tegen de Marokkanen. 1979. We waren gekomen van Tindouf in Algerije. We waren mogelijke medestanders, geselecteerd door Boumediene. 
Twee Duitse TV zenders, vertegenwoordigster van het Vlaamse VMO, nostalgische Spanjolen en ik, namens de PSP, hoewel ik daarvan al 4 jaar geen lid meer was. Vraag maar aan #GJHarbers hoe dat kon.
Jeeps die we nu SUVs zouden noemen transporteerden ons over enorme afstanden door de woestijn. ‘s-nachts vroor het. Om 12 uur smolt je. Toen de nacht al gevallen was, hoorden we ver voor ons onophoudelijk hoesten. Dat waren oorlogswezen die op ons wachtten, in rijen opgesteld voor hun onderkomen. 
Ik had de Saharaouis leren kennen als een trots volk. De grote tenten in orde, mannen en vrouwen goed gekleed. In de morgen haalden prachtig geklede vrouwen in optocht water samen met hun kinderen. 
Maar wat konden we doen? De NL ambassade in Algiers was het domein van de latere PvdA-persoon.
Mijn mede-afgevaardigde Wagtendonk was vooral geïnteresseerd in het Marokkaans dialect dat de zielige gevangen Marokkanen spraken in hun gevangen-kuilen.
Toen nodigde een belangrijke Saharaoui me uit om het avondmaal te delen. 
Ik ontmoette de hele familie. Vader, moeder, zoons en dochters. Ik vertelde wie ik was. Zij vertelden wie zij waren. 
De oudste dochter, een mooie vrouw, zou misschien met mij kunnen vluchten. Ze leidde me bij de hand naar een plek waar we even heel gelukkig waren. 
Ik heb haar niet kunnen redden. 
Misschien had dat sowieso niet gekund. 
Maar ik vergeet haar nooit. 
Article originally appeared on HUIBSLOG (http://huibslog.huibs.net/).
See website for complete article licensing information.